FAQ


Hoe weet ik of mijn baby genoeg gedronken heeft uit de borst?
Dit is één van de meest gestelde vragen die ik krijg tijdens consulten. Vooral in de eerste weken na de geboorte. De vraag komt vaak van de moeder die borstvoeding geeft, maar ook geregeld van de vader van de baby. Soms gevolgd door de vraag hoeveel de baby nu precies gedronken heeft.
Anders dan bij flesvoeding weten we niet hoeveel de baby uit de borst heeft gedronken. Maar het is ook niet belangrijk om die hoeveelheid precies te weten, als de baby maar zo vaak en zo lang mag drinken als hij of zij wil. De baby bepaalt zelf hoe vaak en hoeveel hij of zij wil drinken. De baby zal de ene keer meer uit de borst drinken dan de andere keer.
Uitgaande van een gezonde situatie is de borstvoeding klaar wanneer de baby effectief gedronken heeft en de borst zelf loslaat, langzamer gaat drinken of voldaan in slaap valt. Het is daarbij belangrijk dat de baby eerst één borst ‘leeg’ drinkt, voordat (eventueel) de andere borst aangeboden wordt.
De baby drinkt genoeg wanneer hij of zij voldoende plas- en poepluiers heeft, goed groeit (de baby valt na de geboorte eerst wat af), goed gedijt en tevreden is.

Ik heb kleine borsten. Kan ik wel genoeg melk maken voor mijn baby?
De meeste moeders zijn in staat zijn om voldoende melk aan te maken voor hun baby, ongeacht de grootte van hun borsten.
De grootte van de borsten heeft namelijk geen invloed op de melkproductie. Een moeder met kleine borsten kan in principe net zoveel melk produceren als een moeder met grote borsten. De grootte van de borst wordt bepaald door de hoeveelheid vetweefsel. Moeders met kleine borsten hebben waarschijnlijk minder vetweefsel dan moeders met grote borsten, maar niet perse minder klierweefsel.
Er is één medische uitzondering: onderontwikkelde borsten (hypoplasie). Er is dan in één of beide borsten onvoldoende melkklierweefsel aanwezig omdat de borst(en) niet goed ontwikkeld is (zijn). De mate van hypoplasie van de borst kan variëren van mild tot zeer ernstig. Sommige moeders met hypoplastische borsten kunnen daarom vaak toch gedeeltelijk borstvoeding geven.
Hypolasie van de borst is echter uitzonderlijk en komt slechts bij een klein percentage van de moeders voor. De meeste kleine borsten zijn dus prima in staat een baby te voeden.

Als ik een glaasje wijn wil drinken moet ik dan kolven en de melk weggooien?
Alcohol wordt na consumptie snel in het bloed opgenomen. Het bloed van de moeder stroomt in de borst vlak langs de melkproducerende cellen in de melkkliertjes. Op deze manier worden er stoffen vanuit het bloed opgenomen in de moedermelk. Zo komt de alcohol vrijwel direct na consumptie ook in de moedermelk terecht. Met andere woorden: als de moeder vlak voor het voeden alcohol heeft gedronken, drinkt de baby dus ook alcohol.
Alcohol in moedermelk is schadelijk voor de gezondheid van de baby. Een borstvoedende moeder is daarom bij voorkeur voorzichtig met de consumptie van alcohol.
Per glas alcohol duurt het ongeveer drie uur voordat de alcohol geheel uit het bloed en dus ook uit de melk is verdwenen. Bij twee glazen duurt het zes uur, bij drie glazen negen uur, etc. Hoe meer alcohol er gebruikt wordt, hoe langer het duurt voordat het uit het bloed en de melk is. Wanneer de alcohol in het bloed van de moeder is afgebroken kan zij de baby weer veilig voeden.
Als de moeder wil voorkomen dat haar baby alcohol binnenkrijgt, kan zij voeden vlak voordat ze één glaasje wijn gaat drinken. Vervolgens voedt de moeder pas weer drie uur later, wanneer de melk weer alcoholvrij is.
Mocht de baby plotseling eerder willen drinken kan er reeds afgekolfde moedermelk uit de voorraad in de koelkast of vriezer gegeven worden.
De moeder kan ook vóór het drinken van het glaasje wijn melk afkolven. Deze melk kan dan aan de baby gegeven worden in de tijd dat er alcohol in het bloed en de melk van de moeder zit.
Melk die de moeder afkolft net nadat ze alcohol gedronken heeft bevat dus alcohol. Deze melk kan dan niet meer gebruikt worden. Het percentage alcohol neemt niet af in afgekolfde melk als deze wordt bewaard.

Ik ben zwanger en lek druppels melk. Is dat normaal?
Het is heel normaal als er tijdens de zwangerschap al wat druppels melk uit de borsten lekken. Veel zwangere vrouwen krijgen hier in meer of mindere mate mee te maken, maar sommigen ook helemaal niet.
Het wel of geen melk lekken tijdens de zwangerschap zegt niks over het melkproducerend vermogen van de vrouw. Als een zwangere vrouw dus geen melk lekt tijdens de zwangerschap is dit geen reden tot zorg. Als de baby geboren is komt immers de melkproductie pas echt op gang.
Uit de lekkende borsten komt de eerste moedermelk. Deze melk heet colostrum en zit boordevol met anti-stoffen en eiwitten.
Het lekken van melk begint vaak als de zwangere vrouw onder de douche staat. De warmte van het water stimuleert de doorstroming van de moedermelk.
Vrouwen die diabetes hebben (al vóór de zwangerschap of tijdens de zwangerschap ontwikkeld) wordt geadviseerd om vanaf 36 weken met de hand al wat colostrum af te kolven en in te vriezen. Bij vrouwen met diabetes kan de lactogenese (het proces van melk maken) vertraagd op gang komen. Baby’s van een moeder met diabetes hebben een hoger risico op lage bloedsuikers en zullen om deze reden mogelijk eerder bijgevoed moeten worden. Het voorraadje eigen afgekolfde colostrum kan voorkomen dat er bijgevoed moet worden met kunstvoeding.
De zwangere vrouw kan (wasbare) zoogcompressen in haar beha dragen om de colostrum op te vangen en zo natte vlekken in de kleding voorkomen.

Ik heb een borstoperatie gehad. Kan ik wel borstvoeding geven?
Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de beschadiging van de zenuwen, de melkproducerende cellen, de melkkanaaltjes en tepels. Wanneer deze grotendeels intact zijn gebleven en voldoende met elkaar in verbinding staan, is de kans groot dat de moeder gewoon borstvoeding kan geven.
Wanneer een moeder haar borsten heeft laten vergroten is de kans groter dat zij borstvoeding kan geven dan wanneer een moeder haar borsten heeft laten verkleinen.
Bij een borstvergroting wordt er een prothese in de borst geplaatst. Het klierweefsel blijft vaak intact en functioneel. Echter dient wel de reden van de borstvergroting achterhaald te worden. Als de moeder kleine borsten had is voeden goed mogelijk. Als de moeder onderontwikkelde borsten (hypoplasie) had was de kans op (volledig) borstvoeding geven al kleiner.
Bij een borstverkleining wordt borstweefsel weggehaald. Hoe meer weefsel er weggehaald wordt, hoe meer klierweefsel er ook weggehaald wordt. De kans dat er later (volledig) borstvoeding gegeven kan worden wordt hierdoor kleiner.
Bij een borstverkleining kan ook de tepel verplaatst worden. De tepel wordt losgehaald van de borst en weer op de nieuwe plek vastgezet. Bijna onvermijdelijk zullen er bij het loshalen van de tepel melkgangen los worden gesneden. Als de tepel verplaatst is dan is de kans op (volledig) borstvoeding geven kleiner dan wanneer de tepel niet verplaatst is.
Hoe langer de borstoperatie geleden is hoe groter de kans dat de melkgangen weer aangegroeid zijn en hoe meer herstel van de zenuwen heeft plaatsgevonden.
Wanneer een moeder een enkelzijdige borstamputatie heeft gehad, bijvoorbeeld als er in één borst een tumor zat, dan is het mogelijk om borstvoeding te geven met de andere borst. De moeder voedt dan met één borst.
Het advies bij alle borstoperaties is een zo’n optimaal mogelijk borstvoedings- en/of kolfbeleid en dan afwachten hoeveel melk er komt. Het is belangrijk om de groei van de baby goed in de gaten te houden. Wanneer er geen volledige melkproductie op gang komt is bijvoeding noodzakelijk.

Hoeveel afgekolfde moedermelk moet ik in de fles doen?
De hoeveelheid afgekolfde moedermelk in de fles is afhankelijk van het gewicht van de baby.
Baby’s hebben per kilogram lichaamsgewicht 100 tot 150 ml melk per dag nodig. De voedingsbehoefte per kilo lichaamsgewicht daalt als de baby ouder wordt.
Maand 1: 150 ml x gewicht in kg / aantal voedingen
Maand 2: 140 ml x gewicht in kg / aantal voedingen
Maand 3: 130 ml x gewicht in kg / aantal voedingen
Maand 4: 120 ml x gewicht in kg / aantal voedingen
Maand 5: 110 ml x gewicht in kg / aantal voedingen
Maand 6: 100 ml x gewicht in kg / aantal voedingen
Ouder dan 6 maanden: 100 ml x gewicht in kg / aantal voedingsmomenten (borstvoeding en vaste voedsel)
Veel baby’s die op verzoek worden gevoed, zullen niet elke dag hetzelfde aantal voedingen vragen. Ook drinkt een baby niet bij elke voeding precies evenveel melk. Bovenstaande berekening is dan ook alleen bedoeld als indicatie. Bron: La Leche League
Het is raadzaam om de moedermelk in kleine porties in te vriezen. Wanneer de baby nog honger heeft kan er een beetje extra gegeven worden. Wanneer de baby genoeg heeft hoeft er niet veel kostbare moedermelk weggegooid te worden.
Door het drinkgedrag van de baby uit de fles goed te observeren, kan zijn of haar behoefte steeds beter ingeschat worden.
Als de moeder het geven van de borst en de fles wil combineren is het belangrijk dat therapeutisch flesvoeden (paced bottle feeding) wordt toegepast. Met deze manier van flesvoeden wordt zo dicht mogelijk de manier van drinken aan de borst benaderd. Hiermee wordt het risico op verwarring bij de baby verkleind.

Wat kan ik beter wel en niet eten en drinken bij borstvoeding?
Tijdens de borstvoedingsperiode is er geen voedsel dat de moeder moet eten en er is ook geen voedsel dat de moeder niet mag eten. Wel moet de voedende moeder op sommige dingen letten.
Als de moeder gevarieerd eet volgens de Schijf van Vijf, dan krijgt ze voldoende goede voedingsstoffen binnen.
Moeders die borstvoeding geven, hebben ongeveer 500 kilocalorieën meer nodig dan moeders die geen borstvoeding geven.
Er wordt geadviseerd om van sommige producten uit de Schijf van Vijf wat meer te eten, zoals:
– noten
– vlees of vegetarische keuzes
– vet (halvarine of margarine)
– volkorenbrood
Van sommige producten wordt geadviseerd om niet te veel te nemen, zoals :
– cafeïne, max 200 mg per dag
– alcohol, na het drinken van 1 standaardglas alcohol 3 uur wachten met voeden
– vette vis, max 2x per week, liever geen rivierpaling, verse tonijnzwaardvis, tonijn, haai, makreel, snoek, snoekbaars en paling
– bepaalde kruiden: geen aloë, senna en kava kava
– thee met anijs, venkel en kaneel (geen borstvoedingsthee)
Bron: Voedingscentrum
Daarnaast is het belangrijk dat de moeder voldoende drinkt. Er hoeft niet overmatig gedronken te worden, enkel naar behoefte en om de vochtbalans op peil te houden.
De moeder hoeft geen melk te drinken om melk te maken.
Drugsgebruik en borstvoeding gaan zelden samen.Veel medicijnen zijn veilig omdat ze (vrijwel) niet in de melk terechtkomen. Bij sommige middelen zijn wel voorzorgsmaatregelen nodig, zoals tijdelijk kolven. Een klein aantal medicijnen kan beter helemaal niet worden gecombineerd met het geven van borstvoeding. Bron: Lareb

Kan ik mijn melkproductie vast op gang brengen door te kolven in de zwangerschap?
Nee dit kan niet, ook al wordt dit soms wel gedacht. De melkproductie komt pas echt op gang na de geboorte van de baby en de uitdrijving van de placenta.
Het doel van antenataal kolven is het verzamelen van de eerste moedermelk, colostrum. Het voordeel van het verzamelen van colostrum tijdens de zwangerschap is dat er voorkomen kan worden dat de baby na de geboorte bijgevoed moet worden met kunstvoeding als het medisch noodzakelijk is dat de baby extra voeding moet krijgen.
Antenataal kolven is daarom enkel aan te bevelen aan zwangeren waarbij het in de verwachting ligt dat de baby snel bijgevoed zal moeten worden, zoals bij diabetes (suikerziekte).
Vrouwen die diabetes hebben (al vóór de zwangerschap of tijdens de zwangerschap ontwikkeld) wordt geadviseerd om vanaf 36 weken met de hand al wat colostrum af te kolven en in te vriezen. Bij vrouwen met diabetes kan de lactogenese (het proces van melk maken) vertraagd op gang komen. Baby’s van een moeder met diabetes hebben een hoger risico op lage bloedsuikers en zullen om deze reden mogelijk eerder bijgevoed moeten worden. Het voorraadje eigen afgekolfde colostrum kan voorkomen dat er bijgevoed moet worden met kunstvoeding.
Als de moeder antenataal wil kolven heeft zij toestemming nodig van haar behandeld arts of haar verloskundige. Als deze akkoord is kan een lactatiekundige uitleg en instructie geven over de werkwijze van antenataal kolven.
Het is wetenschappelijk niet aangetoond dat antenataal kolven de bevalling op zou kunnen wekken. Er zijn immers ook zwangere vrouwen die nog borstvoeding geven aan een ouder kind. Ervaart de zwangere vrouw toch harde buiken tijdens het kolven kan zij het beste stoppen.
Er zijn een aantal contra-indicaties. Antenataal kolven wordt afgeraden bij vrouwen die een voorgeschiedenis hebben waarbij zij prematuur bevallen zijn, bloedingen hebben tijdens de zwangerschap, een voorliggende placenta hebben of bekend zijn met cervicale afwijkingen.